| Inhoudsopgave |
|---|
| Kerkklok december 2011 |
| Kerkdiensten december |
| Kinderkerknieuws |
| Uit de kerkenraad |
| Uit de pastorie |
| Verslag generale synode |
| Alle pagina's |
OVERDENKING
Kerst. We vieren de geboorte van een kind in een stal. Waarom eigenlijk? Omdat dat kind iets laat zien van God. Iets? Nee, veel! God laat zich herkennen in een hulpeloos wezen. Onvoorstelbaar eigenlijk: God die ons tegemoet komt in het kwetsbare. Alsof de Ene onze hulp in roept als antwoord op ons hulpgeroep.
Het doet me denken aan die prachtige passage van Etty Hillesum, een Joods meisje dat in 1943 in Auschwitz om het leven komt (Het verstoorde leven, Haarlem 1981): 'Ja, mijn God, aan de omstandigheden schijn jij niet al te veel te kunnen doen, ze horen nu eenmaal bij het leven. Ik roep je er ook niet voor ter verantwoording, jij mag daar later ons voor ter verantwoording roepen. Maar haast met iedere hartslag wordt mij duidelijker dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen.'
Met Kerst vieren we een daad van verzet. Tegen de spierballentaal van de machthebbers spreekt God zijn bevrijdend woord van liefde. Weerloos als een kind laat Hij zich kennen. En wij worden ontwapend en uitgenodigd om op onze beurt een daad van verzet te plegen tegen alles wat die liefde weerspreekt.
Verzet
Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt
zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud
zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt
zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen
Remco Campert
ds. Wilma Hartogsveld





