Eerste lezing: Delen uit Richteren 5
Tweede lezing: Marcus 13: 31-37
Overdenking
Gemeente van onze Heer,
Advent, de donkerste tijd van het jaar is aangebroken, maar gelukkig hebben wij die tijd opgeleukt met familiefeestjes zoals Sinterklaas, met rituelen van licht (adventskaarsen) met kerstversiering en kerstmarkten, en zo is advent een tijd geworden waarnaar we al na de zomervakantie kunnen uitkijken......
Op de zondagschool zong ik: Advent is dromen dat Jezus zal komen, dromen van vrede voor mensen van heden..... dat is het gevoel dat de tijd van advent bij mij / en ik vermoed ook bij u / oproept. En als je dan naar de kerk gaat, dan verwacht je mooie hoopvolle verhalen over licht en vrede die in aantocht zijn.
Maar de makers van het leesrooster hebben bedacht dat we dit jaar maar eens wat minder zoetsappig te werk gaan. Vanuit de gedachte dat advent de periode is van uitzien naar de ware koning is de brug geslagen naar het boekje Richteren uit het eerste Testament. Een donkere periode in Israël en de mensen kijken reikhalzend uit naar een ware koning. Zie daar de brug naar advent: een donkere periode waarin reikhalzend wordt uitgezien naar de ware koning....
En zo horen we vanmorgen een lied. Geen liedje van verlangen, maar een strijdlied. Geen vrede op aarde, maar moord en doodslag. Debora zingt over de overwinning die zij toeschrijft aan God. Oei. Dat is een eerste struikelblok voor ons moderne lezers. Waar God voor het oorlogskarretje wordt gespannen gaat het mis, vrezen we. En als geweld met religie wordt verbonden, pas dan maar op!
Inderdaad is het gevaarlijk om zo'n verhaal te lezen als een loflied op de militaire strijd die de partij aan wiens kant God staat wel even zal winnen.
Maar je kunt je afvragen of dat de boodschap is. Of dit verhaal niet veel tegendraadser is dan het op het eerste gezicht lijkt.
Ik noem een paar dingen die in het verhaal/lied naar voren komen als tegenstem.
Allereerst gaat het hier over vrouwen die het voortouw nemen. Debora is profetes, ze spreekt Gods woord. Haar naam klinkt als 'dabar' woord, en als het woord voor honingbij. Gods woord is zoeter dan honing! En Sisera sterft door de hand van een vrouw. Vrouwen zijn in de Bijbel eigenlijk altijd degenen die leven geven, die baren, beschermen, voeden, groot brengen, zorgen voor toekomst, ook in donkere rijden. Als we het nu eens in dat licht bezien?
De kinderen van Israël worden belaagd door de koning van Kanaän. Ze kunnen niet meer over de gewone weg gaan omdat ze dan worden overvallen, voortdurend worden ze belaagd en bedreigd. Sisera, de legeraanvoerder heeft de beschikking over vele paarden en ijzeren wapens. En Israël, van schild of speer geen spoor, hoorden we. Over hoe Sisera echt is, horen we aan het eind van zijn moeder die als haar zoon lang weg blijft zegt: hij zal de buit wel aan het verdelen zijn, elke man een meisje, misschien wel twee. Zo gruwelijk ging het in de dagen van de Richteren. En - God beter het - ook in onze dagen. Vraag het aan de
vrouwen van Kongo, vraag aan de vrouwen van Sebrenica, zoek het op in de
kantlijnen van de geschiedenisboeken hoeveel vrouwen er verkracht zijn in de
beide wereldoorlogen door het Amerikaanse, Japanse en Russische leger. Zo gaat het. Mannen die winnen, nemen zich vrouwen als buit.
Zo gaat Sisera om met meisjes en vrouwen: gebruiksvoorwerpen die niets te vertellen hebben... Maar dan heeft hij nog geen kennis gemaakt met Debora en Jaël. Vrouwen die hun mannetje staan. Tegendraadse vrouwen. Vrouwen die verwijzen naar de ware koning: een koning die respect heeft voor vrouwen en voor mannen......
Barak, je moet optreden tegen het geweld van Sisera. Want zo gaat het niet langer, zegt Debora. God heeft ons toch niet uit de handen van de farao van Egypte bevrijd om in de handen te vallen van de brute koning van Kanaan? Moeten onze vrouwen dan maar worden buitgemaakt? Kom, recht je rug, tot hier en niet verder! Barak durft niet. De overmacht is te groot. Hij beseft dat als het op mensenkracht aankomt, dat hij dan reddeloos verloren gaat. Daarom moet Debora, Gods woord, mee gaan. Debora, ga ons voor in het geloof dat God zelf ons recht zal verschaffen!
Je zou zeggen dat waar een volk zo in benauwdheid zucht, de broeders en de zusters de handen ineenslaan om samen op te trekken tegen wat hen bedreigt. Maar alleen de mannen uit de stammen Naftali en Zebulon trekken mee voor de strijd, de andere 10 stammen laten
het afweten. Ze laten anderen de kastanjes uit het vuur halen. De stam Ruben blijft liever bij de veestallen zitten en zingt daar mooie liedjes, ze zingen hun kerstliedjes bij de kerstboom over liefde en vrede. Vrede op aarde bij de mensen van Gods welbehagen. Maar in de tussentijd mag de tiran doorgaan, wordt er geen halt geroepen en geeft men niet thuis.
Waar hebben we dat in onze tijd eerder gehoord? Ik denk aan de vele uitzendingen van Brandpunt over Bosnië in de jaren '90, telkens eindigend met: "en nog steeds wordt er niet ingegrepen". Het is ontzettend ingewikkeld, het gedoe tussen de volkeren en het gedoe tussen de politieke partijen om wel of niet in te grijpen als onschuldige mensen slachtoffer worden van tiranniek geweld. Wie kijkt er om naar het volk van Syrië? Is daar dan misschien een Jaël?
Het merendeel van de stammen halen hun schouders op. De stammen die wonen aan de zee bijvoorbeeld. Zij hebben minder last van deze vijanden en zoeken hun handelsbelang bij de zeevolken. Het lijkt Europa wel deze dagen... Gezamenlijk optrekken om de dreiging onder ogen te zien en doen wat gedaan moet worden om de zwakkeren in onze samenlevingen te beschermen tegen de gevolgen van de crisis... Lastig voor veel 'stammen' of volkeren als hun eigen financiële belang, hun handelspositie daarbij mogelijk gevaar loopt......
Gelukkig zijn er nog twee stammen die zich verzetten tegen de onderdrukking. De strijd begint toch. En het ongelofelijke gebeurt. Het kleine groepje slechtbewapende Israëlieten wint het van de overmacht met ijzeren strijdwapens.... De hemel komt te hulp. Want waar verdrukten opstaan tegen hun onderdrukkers is God niet onpartijdig maar komt hij op voor de zwakkeren. Zo wordt ons in de Bijbel keer op keer verteld.
De regen laat de rivieren buiten hun oevers treden en de wagens van de krijgslieden lopen vast. Deze slag wordt gewonnen. Hoe lang duurt het voordat Sisera een nieuw leger heeft geformeerd?
Nee. Die kans krijgt hij niet. Want er is een vrouw, Jaël, die paal en perk stelt aan het geweld tegen haar zusters. Al zijn ze geen volksgenoten...
Jaël is geen Israëlische vrouw, maar de vrouw van de Keniet Cheber, lid van een nomadenstam waar ook de vrouw van Mozes uit afkomstig is. En deze vrouw doet meer dan de 10 stammen die rond de kerstboom bleven zitten.....
Het is een heftig verhaal. Niet iets voor advent, zou je zeggen. We worden wakker geschud uit ons dromerig uitzien naar de koning van de vrede. Wie in slaap is gesust door de vredige sfeer van kaarsjes in de gezellige huiskamer wordt ruw wakker geschud. Wees waakzaam, neem je verantwoordelijkheid waar en wanneer jij onrecht ziet. Houd je oren en ogen open om de nieuwe koning te kunnen begroeten.
En zo komen we hier een belangrijk en een fundamenteel kenmerk tegen van de nieuwe koning waar wij naar uitzien. Maria zingt er van: "Barmhartig is de Heer. Hij toont zijn macht en drijft uiteen wie zich verheven wanen. Heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien, hij geeft de hongerigen voedsel in overvloed en stuurt de rijken weg met lege handen.
Vroeger, in de kerk waarin ik opgroeide, werd daar altijd op een enigszins vergeestelijkte manier over gepreekt. Maria zou het daar hebben over mensen die omdat ze weten van hun zonden nederig zijn geworden. Maar dat staat er niet. Die lofzang van Maria heeft een enorme kracht en is ontzettend direct. Het is net alsof Maria ze aanwijst, de Sisera's, de Khadaffy's, de Pol Pots en dat ze dan zingt: "Hij heeft machtigen van de troon gestort, rijken ledig heengezonden."
Daarom is het dat Jaël en Maria op één lijn staan en beiden gezegende onder de vrouwen worden genoemd. Er moet een grens worden gesteld. Er is een grens gesteld en telkens weer moet dat opnieuw, een 'stop', aan al het mateloze geweld, aan gedrag dat anderen kapot maakt. Jaël werkt daar aan mee, en je zou wensen dat er in een vroeger stadium ook Jaëls rondom Hitler, rondom Stalin, rondom Saddam Hoessein geweest
zouden zijn.
En wij? Wij vieren advent. Een tijd van verwachting en van bezinnen. We denken na over onszelf, over onze rol in dit geheel. Over wie God voor ons is en hoe Hij ons voor gaat. Zeker, dat is met liefde en vrede, maar soms kan die liefde en die vrede alleen maar dichterbij komen als mensen ingrijpen, als Jaël haar pin en hamer ter hand neemt en zo de terreur doet stoppen. Blijf dus niet alleen bij de kerstboom zitten, verhul je niet al te gemakkelijk in een mantel der liefde, laat je niet in slaap sussen, maar verhef je stem als je onrecht ziet, neem iets van de moed van Jaël over om zo de woorden van Maria opnieuw werkelijkheid te laten worden. Niet de werkelijkheid van geweld, verkrachting en terreur zal winnen, die werkelijkheid mag niet bestaan, dat moet stoppen, opdat verdrukten worden opgericht, hongerigen te eten krijgen en eenvoudigen verhoogd.
Toen had het land 40 jaar rust.
God zij dank.
Amen





