Eerste lezing: Delen uit Richteren 5
Tweede lezing: Joh 1:19-28
Overweging
Gemeente van onze Heer,
Tweede advent vandaag. En opnieuw worden we geconfronteerd met een verhaal dat nu niet bepaald past bij het doorgaans vredige, verwachtingsvolle, gezellige dat wij vaak van advent maken. De makers van het Leesrooster schotelen ons stevige kost voor deze periode, stevige kost die misschien al te zwaar op de maag ligt en niet zo gemakkelijk verteert. Maar wel kost die voeding geeft. Verhalen die ons te denken geven dus, juist in advent.
We lezen verhalen uit Richteren. Dat speelt zich af in de tijd dat de Israëlieten in het Beloofde land zijn aangekomen, maar het maar zwaar hebben. Onder andere omdat ze belaagd worden door andere volkeren. Maar ook omdat ze te maken krijgen met hun eigen aanvechtingen en zwakheden. Afgoderij ligt op de loer, en een goede en rechtvaardige manier van samen leven met elkaar en de naburige volkeren blijkt een zware klus.
Goed leiderschap ontbreekt. Stamhoofden en lokale helden vullen die leemte op.
Het is de aanloop naar de tijd van de koningen en de Bijbelschrijvers geven ons van de het koningschap een ambivalent beeld. Eigenlijk moet je het niet willen, zeggen ze. Want zo'n menselijke koning heeft toch altijd minder mooie trekjes en als ie ze niet heeft, nou dan krijgt ie ze wel. Macht corrumpeert immers, dus berg je maar. Tegelijkertijd hebben de Bijbelschrijvers er oog voor dat het zonder menselijke leiders, zonder koning ook niet goed gaat. God alleen is koning, is wel een mooi uitgangspunt, maar leidt toen en nu tot verwarring, discussie of erger. Daarom het refrein in Richteren: In die dagen was er geen koning in Israël, ieder deed wat goed was in eigen ogen" en ja, dan krijg je de poppen aan het dansen....
Vanmorgen horen wij een prachtig , maar ook schokkend verhaal. Vloeide er vorige week al aardig wat bloed, ons verhaal van vandaag doet er nog een flinke schep bovenop.
Waar gaat het over. Er is een leider opgestaan, Gideon. Een bescheiden boerenzoon, die Israël bevrijdt uit de macht van de Midjanieten, maar die gaandeweg steeds meer sterallures krijgt. Als ze hem tot koning willen uitroepen zegt hij nee, maar ondertussen gedraagt hij zich wel als een koning. Van twijfelachtig soort, want het eerste dat hij doet is goud inzamelen bij het volk om een afgodsbeeld te maken. En hij verwekt zeventig zonen als een echte oosterse vorst met vele, vele vrouwen.
Maar nog niet genoeg kennelijk, want bij een slavin in Sichem verwekt hij nog een zoon en die noemt hij Abimelek: mijn vader is koning. Dus dat joch zei iedere keer als hij zichzelf voor moest stellen: 'Mijn vader is koning' en gaandeweg ging hij erbij denken: 'en straks ben ik het...
Na Gideons dood delen de zeventig zonen de macht. Helaas volgen zij niet de vele goede voorbeelden van hun vader, maar vooral de slechte. En die ene zoon, Abimelech, die niet voor vol wordt aangezien omdat hij niet bij een officiële vrouw van zijn vader is verwekt die ene zoon spant de kroon. En wil de kroon! Hij gaat naar de familie van zijn moeder en haalt hen over hem financiëel te steunen. En we weten het: financiële steun is een goed begin als je aan de macht wilt komen....
Met zilverlingen uit de tempel van Baäl huurt Abimelech zich een legertje mannen. Boeven en waaghalzen wordt ons verteld. Mensen die voor geld tot veel – zo niet alles – bereid zijn. Ze onderwerpen zich aan Baäl, de god van goud en macht. Dat kan niet goed gaan en dat gaat het ook niet. Er gaat bloed vloeien. De zeventig broeders van Abimelech worden afgeslacht. Op één na: Jotam, de jongste. Het is weer het oude liedje in de Bijbel vandaag: het recht van de sterkste geldt als het over mensen gaat... maar Gods verhaal loopt daarop niet dood. Integendeel. Het onaanzienlijke, de machteloze, de kleinste, de man of vrouw die in de ogen van de rest niet zoveel voorstelt..... daarmee maakt God een nieuw begin.
Ook nu blijkt: klein maar fijn. Jotam ontpopt zich als een held. Nee, niet zo eentje met spierballen, een grote mond en dito zwaard. Maar eentje in de lijn van de profeten. Iemand die grote heilsdaden en woorden uit het verleden in het heden in herinnering roept met het oog op de toekomst. Als tegenbeeld van de zoon die zich verheft om over iedereen te heersen verheft deze zoon zich om de inwoners van Sichem heilzame woorden toe te roepen. 'Hoor naar de Heer, opdat de Heer ook naar u zal horen'. Begint hij.
Want het is wel heel gemakkelijk om God aan te roepen als je in het nauw bent en niet thuis te geven als jijzelf aan zet bent. God sluit steeds opnieuw een verbond met mensen. Dat is niet vrijblijvend. Wie God ter verantwoording roept zal zich rekenschap moeten geven van zijn/haar eigen rol in deze wereld. Zo vaak wordt aan gelovigen gevraagd: "hoe kan God liefde zijn bij alle ellende in de wereld?"Dat is een onvoorstelbaar moeilijke vraag. Maar zou een deel van het antwoord niet kunnen zijn dat wij mensen vaak zo liefdeloos zijn? Als een broer zijn broeders afslacht... wie zijn wij om daarvoor God ter verantwoording te roepen?
Jotam roept in elk geval de inwoners van Sichem ter verantwoording. En dat doet hij door hen een prachtige spiegel voor te houden.
En zoals het altijd is met de Bijbelse verhalen. Het gaat niet om Israël te midden van de midianieten, Moabieten, Filistijnen... het gaat om ons allen die deze verhalen horen.
Overal en altijd moeten er vormen van samenleven gevonden worden waardoor iedereen tot zijn recht kan komen. En als het werkt, werkt het hooguit tijdelijk. Want er zullen altijd slimmeriken zijn die de boel naar hun hand zetten en geld en macht naar zich toehalen. Daarvoor moet je waakzaam zijn en niet gezapig denken dat het wel goed zit, omdat wij toch een fijne democratie hebben.....
De mensen willen een koning, vertelt Jotam. En de minst geschikte is de enige die het worden wil. De bomen die olijven, vijgen, druiven geven willen niet heersen. Want zij dienen al ergens toe. De doornstruik, die wil wel. Doornstruiken vliegen in de woestijn zomaar in de fik. Een vonkje in de hete woestijnwind en de hele boel staat in lichtelaaie. En de doornstruik zegt: schuil maar in mijn schaduw. De opschepper. Brandbare takken... dat kan alleen maar een takkekoning worden!
Zo gaat het bij ons mensen vaak ook. Macht is fascinerend. Wie zou het niet willen: het eindelijk zelf eens voor het zeggen hebben? Belangrijk gevonden worden. Maar degenen die streven naar macht, zij die daarop uit zijn, die lijken al te vaak op doornstruiken met mooie praatjes. Kijk, als het op je weg komt, als het zich aandient en jij bent toevallig in de gelegenheid een tijd wat meer verantwoordelijkheid te dragen, dan is het wat anders. Maar pas op voor mensen wiens levensdoel macht is.... Macht is niet goed voor je karakter. Het zijn enkelingen die ertegen bestand zijn.
Het helpt helaas weinig, dapper af te staan keuren dat mensen op macht uit zijn. En ook macht verbieden helpt niet. Het zit in de mens, in sommige karakterstructuren meer dan in andere. Het begint al bij kinderen, bij het verdeel-en-heersgedoe van het pesten. Het zet zich voort op werkvloeren waar wordt gekonkeld en geroddeld.
Maar je kunt het zeggen. Tegen jezelf en tegen elkaar: dat moet je niet willen. Je moet een ander niet willen overheersen, je moet diep doordrongen zijn van je onderlinge gelijkwaardigheid. Dat werkt echt beter.
De gelijkenis van Jotam legt de vinger op de zere plek. Juist in moeilijke tijden roepen mensen om een krachtige leider. Het is mooi als er iemand is die richting geeft, een sterke man of vrouw die jouw angsten overschreeuwt. Maar schreeuwers lijken op doornstruiken. Ze kunnen zomaar ontbranden en wee de genen die dan in de schaduw van die struik zitten.
Goddank zijn er Jotams. Die niet geloven in gewelddadige macht, het machtige geweld.
De bomen willen een koning. Maar dat zouden ze niet moeten willen. Bomen moeten niet willen zweven boven andere bomen. Ze hebben wortels, moeten stevig staan om vrucht te kunnen geven. De mensen willen een koning. Maar dat zouden ze niet moeten willen. Mensen moeten om vrucht te dragen de taken en verantwoordelijkheden verdelen.
En voor ogen houden hoe de wereld van Jotam, van de profeten, van God eruit ziet....
Afgelopen week was ik op een enorm groot congres in het Spant in Bussum. Onderwerp: Servant Leadership, ofwel, dienend leiderschap. De belangrijkste punten zijn:
Het dienen van anderen mensen op de 1ste plaats zetten
Oog hebben voor de behoeften van anderen
Gericht zijn op de groei en het welzijn van je mensen
Het gaat niet alleen om het dienen van je medewerkers en klanten, maar ook van de maatschappij, milieu, volgende generaties
Het algemeen belang laten prevaleren boven het eigen belang (ego, macht en status)
Mijn collega zei na afloop droogjes: "Dit was gewoon een verkapte evangelisatie bijeenkomst... Jezus zei het al: niet heersen maar dienen. Jammer dat ze zo slecht aan bronvermelding doen.."
Het loopt niet goed af met Sichem en met Abimelech. De wereld van de doornstruik heeft geen toekomst. Gods wereld heeft toekomst. Jotam krijgt, in tegenstelling tot Abimelech een opvolger. Iemand die in Israël op een berg gaat staan en gelijkenissen vertelt. Iemand die zijn hand niet naar de macht uitsteekt en die vervolgens door God zelf wordt bekleed met macht. Iemand in de gestalte van een dienstknecht, die de voeten van zijn leerlingen wast. Iemand wiens schoenriem ik niet waard ben om vast te maken. De heer die een knecht wordt en die de mensen laat zien dat echte heerschappij dienstbaarheid is. Die een woord spreekt en zie, het wordt waar.
Amen





