www.kerkschaarsbergen.net

....een positief ingestelde, actieve protestantse gemeente.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Overdenkingen Overdenking 11 december 2011

Overdenking 11 december 2011

E-mailadres Afdrukken PDF
Overdenking 11 december 2011

 

Eerste lezing: Richteren 13
Tweede lezing: Joh. 3: 22-30

Gemeente van onze Heer,

Begon ik de afgelopen weken de preek met de opmerking dat het toch niet erg adventsachtig is, die lezingen uit Richteren.... vandaag is het heel anders.
O ja, wel weer Richteren. En wel weer het oude vertrouwde liedje dat mensen doen wat goed is in eigen ogen en dat het dan allemaal niet goed gaat. Maar vanmorgen hebben we het begin van het verhaal van Simson gelezen en dat is een hoopvol begin. Een engel, een wonderbaarlijke geboorte, een kind dat de naam 'zonnetje' krijgt en de hoopvolle woorden dat hij een begin zal maken aan de bevrijding. Dát is nog eens advent!

Ons verhaal begint niet zo zonnig. Weer deden de Israelieten wat slecht is in de ogen van de Heer en daarom leverde de Heer hen veertig jaar lang over aan de Filistijnen.
Ingewikkeld vind ik het altijd. Als er in de Bijbel staat dat God moeilijkheden op de weg van mensen zet. God levert hen immers over aan de Filistijnen. Of moet je het zo lezen: God liet hen over aan de Filistijnen die ze zelf door hun manier van leven, van samenleven, over zichzelf hebben afgeroepen? De ieder voor zich mentaliteit, het achterna lopen van afgoden zoals Baal die slechts offers vraagt in het belang van je persoonlijke welzijn, niemand die zich verantwoordelijk voelt voor de naaste, laat staan voor het geheel. Dat is een maatschappij ten prooi aan Filistijnen.

De Filistijnen zijn in de Bijbel niet zomaar een volk. Nee, hun optreden staat altijd symbool voor een manier van leven. Filistijnen zijn mensen die staan voor een twee dingen:
In de eerste plaats staan ze voor het ongeordende, chaotische bestaan waarin het onderscheid tussen goed en kwaad ontbreekt. Ze leven in de vlakte bij de zee. De zee staat voor de oerchaos en daar hoor je afstand van te houden als Gods scheppingswerk (scheidingswerk) je lief is. En de vlakte sluit daarbij aan als de plek waar 'alles ganz egal' is, waar makkelijk en zonder onderscheid geleefd wordt. Israël leeft op heuvels, maar ook met een heilig reliëf, Tora leven is vooral onderscheid maken, de dingen waarnemen in hun verschillen, erkennen dat niets on-verschil-lig is.

Ten tweede staan de Filistijnen voor een manier van leven waarin het recht van de sterkste geldt. Waarin het gaat om macht en kracht en overheersing op basis van geweld. Volgens de historici zijn de Filistijnen waarschijnlijk de oorspronkelijke Kretenzen, van de Minoïsche cultuur, die ergens na 2000 vChr, rond de grote vulkaanramp in de Egeïsche zee, hun eiland verlaten hebben en oostwaarts zijn gevaren. Dan zijn ze een van de volkeren die de stiercultus naar Palestina brachten.
De stier was Palestina, symbool van vitaliteit en potentie, het grote tegenbeeld van het geweldloze lam dat niet vecht voor z'n leven. Goliat tegen David is zo ongeveer de stier tegen het lam.

Wanneer mensen zo leven, wanneer een samenleving zo wordt ingericht dat ieder doet wat goed is in eigen ogen. Wanneer ieder onderscheid tussen goed en kwaad wegvalt en alleen de sterken nog recht van spreken hebben.... dan leveren die mensen, dan levert die samenleving zich uit aan de Filistijnen. Aan de chaos van de zee, de oppervlakkigheid van de vlakte, aan het geweld van de stier......

Maar God laat het er niet bij zitten..... Keer op keer grijpt Hij in door mensen van vlees en bloed te roepen om in zijn Geest te gaan leven. Om het kwaad een gevoelige slag toe te brengen. Om mensen weer bij naar oorsprong en hun bestemming toe te leiden.
Richteren zoals Debora en Jotam, en zoals Simson. Veertig jaar van beproeving gaan voorbij. Een vruchteloze, troosteloze tijd. Maar ook een tijd waarin een nieuwe generatie opgroeit die het misschien anders doet, die andere keuzes maakt omdat ze heeft geleerd van de fouten van de mensen voor hen. Een boodschapper van God komt bij een onvruchtbare vrouw....

Wat is dat toch met die wonderbaarlijke geboortes in de Bijbel. Sara, Rebekka, Rachel en Hanna, en nu de moeder van Simson. Vrouwen die tegen alle logica in een kind krijgen.
Een kind die al bij de geboorte een bijzondere opdracht mee krijgt. Niet zo maar de zoon van die man en die vrouw, niet geboren uit de wil van een man, maar omdat God besluit de mensen hoop, een kans op een leven naar Hem toe, een zonnestraal in donkere tijden, te geven....
Ik moet denken aan dat grappige TV-programma Raymann is laat. Een programma vol multiculturele humor en één van de leukste stukjes is wat mij betreft als de presentator zich verkleedt als Tante Es, een weldadige en behoorlijk vrijpostige Surinaamse vrouw. Ze ontvangt altijd een bekende gast die ze op haar eigenzinnige wijze ondervraagt, op zoek naar pikante details. En altijd is haar eerste vraag: "Wie is je vader en wie is je moeder?"

Een belangrijke vraag. Wie je bent, heeft zeker te maken met je afkomst. Met hoe je bent opgevoed en opgegroeid. Hele therapieën zijn daar op gericht en leveren heel veel op. Als je leert wie je vader en wie je moeder zijn, kom je meer te weten over jezelf. Je begrijpt opeens je zwakke plekken, je moeite met conflicten of de moeite om je gevoelens te laten zien. Maar dan? Dan moet het verder komen. Want je bent meer dan je vader en je moeder. Je bent ook zelf en je hebt eigen mogelijkheden.

Neem Simson. Stel dat hij binnen zou komen bij tante Es. Een geweldenaar. Een grote bos met haar, dikke spierbalen en een borstkas en borsthaar waarvan tante Es finaal achterover zou slaan.
Tante Es stelt de eerste vraag: "Simson, vertel, wie is je vader en wie is je moeder?"
"Doet er niet toe", zegt Simson.
"Toch wil ik het weten", zegt tante Es, "Ik stel hier de vragen en jij geeft de antwoorden. Wat is er sterker dan een leeuw en zoeter dan....., o nee, dat is voor later. Wie is je vader en wie is je moeder?" Simson zucht.
Met tegenzin begint hij te praten. "Mijn vader is in ruste. Zo heet hij ook. Manoach, dat betekent 'rust'. Een zwakke man die berust in alles. Hij had zich erbij neergelegd dat de wereld een onrechtvaardige plek is en zijn leven vruchteloos. En mijn moeder ze is onvruchtbaar. En ze heeft geen naam. Vrouw zonder toekomst, zou je haar kunnen noemen."
Tante Es is verbaasd: "Hier snap ik niks van. Dat kan niet. Jij bent een gigant, een en al dynamiet. En daarom vraag ik: 'Wie is je vader en wie is je moeder?' Want ik ben benieuwd naar ze. Maar je hebt een moeder zonder naam en een suffige vader. Hoe is dat mogelijk? Vertel!

En ik zie het voor me dat Simson dan begint te vertellen. Aan tante Es, aan de mensen in de zaal, aan iedereen die naar het programma kijkt, en vandaag aan ons.

"Hoe het precies zit, weet ik niet. Mijn moeder heeft me altijd verteld dat bij mijn verwekking een engel een belangrijke rol speelde. Dat ik een gezondene ben. Van boven. Van God. En dat ik moet luisteren naar zijn Geest, een kracht die in mij is en die me boven mezelf en boven mijn afkomst doet uitstijgen. Vandaar dat ze me Simson noemde: zonnetje. Geloof me tante Es: het is veel minder belangrijk wie je vader en moeder zijn dan sommigen je doen geloven. Je wordt niet helemaal bepaald door je achtergrond, door je verleden. Stel je voor zeg! Nee, je mag je richten op wat voor je ligt, op de toekomst! Het belangrijkste is niet waar je vandaan komt, maar waar je naartoe wilt gaan. In wiens lijn je staat.
Neem wat goed en waardevol is uit je opvoeding met je mee. Groei eraan, geef het door. Maar wat niet goed is, niet bij jou past of je zelfs heeft verwond... probeer dat achter je te laten. Al is dat moeilijk.... Maar volg je eigen hart en richt je op de Gods toekomst.
Ik had een missie: bevrijden, bevrijden uit de hand van de Filistijnen. Mijn volk hoop geven en laten zien dat we niet zijn overgeleverd aan de chaos. Mijn vader was in ruste en mijn moeder zonder naam, en de Filistijnen oefenden terreur over ons uit. Alles leek hopeloos. Maar mijn moeder zei tegen mij "Jij hebt iets van God, jongen, jij bent geroepen om het volk te laten zien dat er bevrijding is. Altijd. Want dank zij God zijn wij niet onvruchtbaar en voorgoed overgeleverd aan de Filistijnen,er is toekomst".
Of tante Es met dit antwoord iets zou kunnen weet ik niet. Maar wij kunnen er op deze derde zondag van advent misschien wel iets mee.

Als we het profetisch erin horen. Als we de belofte die erin doorklinkt serieus nemen. Al loopt het met Simson niet goed af omdat hij er moeite mee heeft zijn roeping te volgen en trouw te blijven. Een mens krachtig aan de ene kant en zwak aan de andere kant. Maar in de verhalen over Simson – wie heeft er niet van genoten toen hij of zij ze hoorde vertellen in de kindertijd? - In die verhalen hoor je hoe het nooit hopeloos is. Hoe de kwade chaosmachten niet voor eens en voor altijd zullen winnen. We gaan niet 'naar de Filistijnen' ook al lopen ook wij het gevaar ons te richten op dat waar zij voor staan en kiezen ook wij vaak voor de oppervlakkigheid, voor ons eigen belang, voor een samenleving van ieder voor zich waar solidariteit met de zwakkeren een bedenkelijke term is geworden.

Er zal iemand opstaan die onze ogen richt op Gods werkelijkheid. Een koning naar Zijn hart.
Iemand die niet opvalt door zijn grote spierballen, maar door zijn ogen die soms dwars door je heen kijken, maar die je ook liefdevol en hoopvol aan blijven kijken. Een mens naar Gods hart die onze blik richt op de werkelijkheid die recht tegenover de werkelijkheid van de Filistijnen staat. Een werkelijkheid waartoe ook wij zijn geroepen en waar wij naar uitzien, juist in de tijd van advent.
Hij vraagt ons niet: Wie ben je? Maar "Wie wil je worden?" En als je dan vraagt; "Wie kan ik worden, wie mag ik zijn?" Dan antwoordt hij: "Een mens naar Gods hart.'Een mens die niet berust, een mens met toekomst, een zonnetje."'
Amen

 

Zoeken