maandag 20 februari 2012 15:31
Ds. Wilma Hartogsveld
Eerste lezing: Naar Job 1, 4 en 6
Tweede lezing: Marcus 2: 1-12
Overweging
Gemeente van onze Heer,
Zeven dagen en nachten brengen Jobs vrienden met hem door op de mestvaalt. Zeven dagen en nachten zitten ze zwijgend naast hem. Ze zeggen niets. Ze doen niets. Wat zal dat een enorme inspanning voor hen zijn geweest. Tenminste, dat stel ik me zo voor. De vrienden worden in de uitleggeschiedenis geprezen om deze zeven dagen en nachten. Ik snap dat wel aan de ene kant. Het is ook niet niks, zo letterlijk naast degene te gaan staan die in de ellende zit. Maar het is mijn natuur niet.. en ik denk dat het weinigen van ons gegeven is om zo iets te doen. Stel dat je bij een vriend komt die er slecht aan toe is. Onder de jeukende zweren bijvoorbeeld. Mijn eerste idee? haal een dokter! Regel een jeukstillende zalf, verbindt hem, zorg dat hij zich niet open krabt, leidt hem af. Doe iets! Job heeft zijn hele bezit verloren, zijn kinderen zijn omgekomen en zijn gezondheid heeft hem in de steek gelaten. Ik snap wel dat dat niet op te lossen is. Maar biedt die man een kamer in je huis, een bad, een schoon bed, een goede maaltijd, dito arts en een luisterend oor. Dat is toch veel beter dan met hem bij de pakken neer te gaan zitten!
De afgelopen dagen heb ik het boek Job weer eens helemaal doorgelezen en ik denk dat de lof voor het zwijgend naast Job zitten vooral voortkomt uit de ergernis over de enorme woordenvloed die ze na die zeven dagen over Job uitbraken. Nee, dan kunnen ze inderdaad maar beter zwijgend bij hem zitten. Want die woorden die maken het echt alleen maar erger. En dat herkennen we denk ik ook wel. Dat er in situaties van verlies en verdriet goedbedoelde woorden worden gesproken die het alleen maar erger maken. En vrome woorden…. Zoals de vrienden van Job ze uiten… die zijn daarvan nog wel het ergste! Dan maar liever geen goedbedoelde woorden. Maar ook niet weg gaan, dat niet. Het lijden van mensen om je heen is inderdaad vaak niet op te lossen of zelfs maar te verlichten door een activistische, oplossingsgerichte aanpak. En ook mooie woorden, hoe zorgvuldig ook gekozen, helpen vaak weinig. Maar het valt de vrienden van Job wel te prijzen dat ze niet weggaan, terug naar hun eigen veilige huizen. Weg van het lijden, al is het lijden weerzinwekkend en de machteloosheid die je voelt groot.
Geef mij maar de vrienden van die verlamde man maar trouwens. Misschien hebben ze ook wel dagen naast hem gezeten hoor, dat weten we natuurlijk niet. Maar op het moment dat ons verhaal begint zijn ze in elk geval volop oplossingsgericht in actie.
De vier mensen die de verlamde man naar Jezus toedragen zijn er vast van overtuigd dat deze rabbi, deze Jezus van Nazareth, hun vriend weer op de been kan helpen. Als hij zelf niet kan lopen: dan dragen ze hem. Als hij het zelf niet kan geloven, dan geloven zij het voor hem. Geen vrome woorden maar opgestroopte mouwen….. en bevrijdende daden.
Maar bij het huis aangekomen waar Jezus is blijkt dat de weg geblokkeerd is. Er is geen doorkomen aan. Er zit en staat van alles tussen hen en Jezus in.
Dat kan ons ook overkomen. Dat we met al onze goede bedoelingen en de mouwen lekker opgestroopt barrières ontmoeten waardoor onze plannen falen.
En dat kan ook gebeuren wanneer we verlangend op zoek zijn naar het geheim van Gods bevrijding. Wanneer we ons geloof willen verdiepen. Wanneer we eens niet alsmaar handelend en oplossingsgericht bezig zijn, maar zelf voeding, inspiratie nodig hebben. Van alles staat er in de weg. Zoals geen rust of misschien ook geen moed kunnen vinden om er werkelijk over na te denken. Om te bidden, in de Bijbel te lezen, erover te praten met ouders of je partner of je kinderen. Rationele argumenten. Kan het eigenlijk allemaal wel. Hoezo is God rechtvaardig. Wat merk ik er dan van. Wonderen… bestaat er wel zo iets…… Hoe moet ik die verhalen dan lezen…. Hoe breng ik het ter sprake met mijn kinderen die er eigenlijk niets van willen weten…..
Wat kan er al niet in staat tussen ons en de Heer…… Je zou het soms maar op willen geven…
De vrienden van die verlamde man…. Die geven het niet op en gaan het dak op. Prachtig hoe dan deze verlamde man uit den hoge neerdaalt voor de voeten van Jezus. Zoals de Mensenzoon die – in die oude droom in Israël - vanuit de hemel zou afdalen om de band tussen God en de mensen te herstellen en de verbinding tussen hemel en aarde voorgoed tot stand te brengen.
De deur is geblokkeerd door een starre massa en dat vraagt niet om ellebogenwerk of spierballentaal maar om creativiteit! Kunnen we niet door de deur? Zijn de geijkte paden niet toereikend? Dan zoeken we nieuwe wegen en als die er niet zijn maken we die zelf!! Ik hoor daarin een aansporing, ook voor de kerk, om creatief te zijn, niet bij de pakken neer te gaan zitten, te geloven dat er nieuwe wegen zijn… om net als de mannen met de verlamde vriend vlak bij Jezus te komen om zijn bevrijdende woorden en daden te kunnen verstaan en door te geven
En dan zegt hij: Kind, je zonden zijn je vergeven…….. . Misschien hebben we dit verhaal al zo vaak gehoord dat het geen bevreemding meer opwekt, maar vreemd is het. Is de man verlamd van angst, is hij het spoor bijster, kan hij zich letterlijk niet meer verroeren door dat wat er in zijn leven is voorgevallen? Jezus kijkt omhoog en ziet de mannen op het dak die hun verlamde vriend zojuist voor zijn voeten hebben laten zakken.
Kind, je zonden zijn je vergeven…… Je mag er zijn, je schuld, je
tekort, wordt van je weggenomen, want in de trouw van je vrienden daarboven lees Ik de trouw van de Eeuwige.
Is dit godslastering? Nee, dat zou het geweest zijn als hij niet was ingegaan op zoveel vrijmoedig vertrouwen, op zoveel dapper afzien van door doorspierpijn en schrammen verzurende dragende armen en handen, op zoveel liefde en inzet voor een vertwijfeld maar bemind medemens
De woorden van Jezus werken genezend op deze man die volop kind van God mag zijn. Voor God ben je meer dan een optelsom van je goede en slechte daden. Hij is bereid je op nieuwe wegen te zetten als je – zonde - je doel dreigt te missen en blijft dan niet achterom kijken. Mensen die dat ervaren leven op, zien weer hoop, krijgen weer levensmoed.
Sta op en wandel. Dat kán die man nu ook. Want hij heeft het diep van binnen ervaren: ik mensenkind mag er zijn als kind van de Eeuwige!
Al ben ik misschien niet zo succesvol in mijn pogen een goed mens te zijn. Al heb ik misschien geen vrienden, omdat ik de taal van het land waar ik woon en werk nog niet machtig ben. Al laat ik me soms meeslepen door de eenzijdige informatie die door de media op me afkomt. Al lukt het me vaak niet om goede woorden te spreken, om de tijd te vinden voor het uitvoeren van mijn goede voornemens, om alles wat me afhoudt van wat ik eigenlijk belangrijker vind even te parkeren…. Al… ach, vul het zelf maar in…. Goddank pint de Eeuwige ons er niet op vast …
Zijn vriendschap reikt tot in de hemel….
Op de ouderenkring zijn we bezig met kinderbijbels en christelijke kinderliedjes. Welk een vriend is onze Jezus, hebben we dacht ik nog niet gezongen. Maar de vriendschap van Jezus kenmerkt zich volgens dat liedje hierdoor: “Welk een vriend is onze Jezus, die in onze plaats gaat staan. Welk een voorrecht dat ik door hem, altijd recht tot God mag gaan…”
Aanstaande woensdag is het aswoensdag. Het begin van de veertigdagentijd. Het blijft een ongrijpbaar mysterie. De bevrijdende boodschap dat er Iemand is die naast ons komt staan in ons lijden. Iemand die zelf de weg van het lijden is gegaan. Een vriend die zijn leven met ons heeft gedeeld. Hij nodigt ons uit om brood en wijn te delen als teken van zijn liefde.
In naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen